|
1 juni
2010,
ORTEC TSS legt prestaties
van jeugdvoetballers onder de loep
door: Thomas van Zijl | 27 mei 2010
Een speler wisselen of juist laten staan; de keuze blijft uiteindelijk
aan de trainer, maar die kan daarbij wél nog tijdens de wedstrijd
terugvallen op gegevens die verzameld zijn door ORTEC TSS. Het bedrijf
dat ICT-systemen ontwikkelt voor de sportwereld was het afgelopen
Pinksterweekend ook actief tijdens de Gestion Copa Amsterdam: een
internationaal voetbaltoernooi waar jeugdteams van onder andere Ajax,
Chelsea en Sevilla aan deelnamen.
De samenwerking tussen ORTEC TSS en de organisatie van de Copa Amsterdam
is niet nieuw. Vorig jaar konden trainers van de deelnemende clubs ook
al rekenen op een stortvloed aan interessante data over hun team. “Wat
wel nieuw is, is dat we de gegevens dit jaar bijna letterlijk naar de
dug-out hebben gebracht”, zegt Jeroen de Jong, productmanager bij ORTEC
TSS. “Die gegevens worden één keer in de 30 seconden ververst, zodat de
technische staf voortdurend op de hoogte is van de effectiviteit van
zijn team, of een speler afzonderlijk.” Komt een pass wel aan? Slagen de
centrale verdedigers er in de opbouw te verzorgen? Het wordt allemaal
geregistreerd en de coaches op een presenteerblaadje aangereikt. De
Jong: “Het is vervolgens aan de trainer zelf om conclusies te trekken.
Het is niet aan ons om te oordelen. We zien wel dat spelers die uit onze
gegevens als ‘niet effectief’ naar voren komen, vaker gewisseld worden.
De Jong denkt dat de gegevens van ORTEC TSS kunnen bijdragen aan het
vertellen van het verhaal achter voetbal, maar geeft toe dat de sport
nooit een wetenschap zal worden. “Het is de emotie die een wedstrijd
leuk en onvoorspelbaar maakt. Een team dat effectief is zal vaker
winnen, maar een wetmatigheid wordt het nooit.” Hoeveel gegevens er ook
zijn, het blijft lastig om in het hoofd van een trainer te kijken. De
Jong: “Een rechtsback die van zijn coach de opdracht krijgt om elke bal
weg te roeien en dat vervolgens uitvoert, doet precies wat er van hem
verlangd wordt, maar uit onze gegevens zal blijken dat er weinig passes
aan komen. Speelt die man dan een goede wedstrijd of niet?”
Effectiviteit, wil De Jong er mee aangeven, is een subjectief begrip.
Het lijkt wellicht overdreven om op jeugdtoernooien uit te pakken met
geavanceerde meetsystemen, maar Nederlandse clubs worden er door de
hedendaagse verhoudingen in het topvoetbal wel toe gedwongen zich vooral
te richten op jonge talenten. De Jong: “Een 27-jarige Spanjaard is óf
onbetaalbaar óf van middelmatig niveau. Het zijn de jonge jongens, of
spelers uit minder aansprekende competities die de Nederlandse
competitie kunnen verrijken. Het is voor clubs die daarin investeren van
het grootste belang dat ze weten wat voor speler ze in huis halen. Onze
data kunnen daarbij helpen.”
|